|
Druk op F11 voor grootbeeld. ![]() Fietsbanden
Vele verschillende banden heb ik bereden in de afgelopen 14 jaar. Het onderstaande overzicht noemt enkele typen. Het doel is je een idee te geven hoe groot de verschillen zijn. Ik hanteer 9 testcriteria. De waardering loopt van 1 tot 10. Een 10 is de hoogste waardering en is in principe nooit haalbaar. Een 6 betekent ‘net acceptabel’. De eisen (verwachtingen) zijn hoog en aangepast aan lange verre reizen door eenzame gebieden. Wat in een ANWB of Consumentenbond test een goede band is voor een school-werk-boodschappen-huis-fiets hoeft volgens de criteria van lange-afstandfietsers zeker niet uit te blinken!
De getestte banden (allemaal in de maat 26 x 1.9 Inch): [Prijzen ter indicatie. Gekocht in verschillende jaren en landen]
De beste waarde voor zijn geld en kosten per 1.000 fietskilometers biedt zonder twijfel band F (Deestone Thailand voor 3 Euro). Merkwaardig genoeg! De hoogste lekbetrouwbaarheid biedt band A (Dutch perfect), maar het profiel van deze band vind ik slecht rijden en de pasvorm is dramatisch! Dezelfde band, maar dan met profiel SRI-75 rijdt waarschijnlijk een stuk beter maar is niet door mij getest. De beste rij-eigenschappen met een goede levensduur biedt band B (Avocet Cross). Een goed vertrekpunt voor een lange reis. Neem altijd minstens één reserve band en binnenband mee. Helemaal met gebruik van deze band omdat deze vaak onverwacht door een snakebite het loodje legt na zo’n 8.000 kilometer op een achterwiel. Zoals je ziet, bestaat de volkomen ideale band niet. Het lijkt erop dat een goede rij-eigenschap ten koste gaat van een andere (technische) eigenschap en andersom! Bij dit onderwerp ga ik uit van 26 Inch banden, maar de meeste informatie is net zo toepasbaar voor 28 Inch banden. Er is een groot aanbod van banden op de markt. Grofweg vallen ze allemaal in één van deze twee groepen: de ‘vrij goede’ en de ‘zeer goede’ banden. Banden uit de categorie ‘totale troep’ ben ik nooit tegengekomen. De ‘vrij goede’ banden zijn meestal van Nylon. Ze zijn goedkoop, in Nederland zo’n 10 Euro (in Azië voor 2 Euro). Je kunt ze oppompen tot zo’n 4 Bar voor gebruik op asfaltwegen. Ik heb regelmatig zulke banden als noodoplossing gekocht en heb daar duizenden kilometers mee gefietst, ook over slechte wegen. Een beetje tot mijn eigen verbazing (ik reed altijd op dure topbanden) waren deze goedkope banden ook best OK. Het enige nadeel voor lange en verre tochten is dat ze snel afslijten. Na zo’n 3.000 KM was de helft er al vanaf (achter). Maar 26 Inch Nylon banden kun je bijna overal ter wereld kopen. De ‘zeer goede’ banden zijn van hoogwaardige natuurlijke of synthetische rubbers. Deze banden zijn dus duurder, in Nederland zo’n 30 tot 35 Euro. Je kunt ze (vaak, maar niet altijd) oppompen tot zo’n 5 Bar voor gebruik op asfaltwegen Ze zijn sterker, soepeler, hebben een langere levensduur, zijn voorzien van een harde anti-leklaag en hebben minder snel last van een snakebite. Een snakebite is het losscheuren van de wang (zijkant) van de band. Die scheurt los van de stalen bandrand waarmee de band in je velg ligt. Een snakebite kun je oplopen door een te hoge bandbelasting (massa maal snelheid) of door bijvoorbeeld met een te zachte band of juist met een te harde band door een te diepe kuil te rijden. Snakebite’s kun je met alle banden oplopen, maar zijn minder waarschijnlijk met een dure merkband. Banden werken als vering voor je fiets. De wangen van je banden veren voortdurend. Die slijten daardoor dus. Uiteindelijk kan de wangdikte zo dun worden bij sommige banden, dat de band daar dus letterlijk openspringt. Dat is een echte snakebite. Er zijn geen in graniet ingebeitelde regels voor wat een goede band is. Veel lange-afstandfietsers lijken zo hun eigen voorkeuren te hebben. Zo is de beste band qua rij-eigenschappen voor mij de Avocet Cross, maar die is tegelijkertijd het meest gevoelig voor een snakebite van alle geteste banden. Dure merkbanden gaan ongeveer drie maal zo lang mee als de goedkope banden en zijn dus uiteindelijk even duur, maar daarvoor heb je dan wel een band met een hoge betrouwbaarheid. ‘Zeer goede’ banden genieten dus de voorkeur. Deze banden halen als voorband makkelijk de 15.000 KM en als achterband 8 tot 10 duizend KM. Een oude goed werkende truc is de achter- en voorband van plaats om te wisselen, zodra de achterband ongeveer halverwege de te verwachten levensduur is. Zo slijt je twee voorbanden op drie achterbanden en kom je dus met 5 banden zo’n 30.000 tot 40.000 KM ver (indicatie!). Ik spreek hier over een brede 26 x 1.9 Inch band. Een smallere band slijt natuurlijk sneller. De genoemde levensduur in KM’s geldt voor ‘verse banden’. Na twee tot drie jaar beginnen banden duidelijk uit te drogen en scheurtjes te vertonen. Wie 15.000 KM in 7 jaar wil fietsen zal dat niet halen met 1 set banden. Als je nieuwe banden koopt moet je altijd op de ‘versheid’ letten, net als bij de supermarkt. Controleer of de banden geen scheurtjes hebben en lekker soepel aanvoelen. In de binnenkant staat vaak een productiedatum gestempeld. Zo heeft iemand mij eens vier oude nieuwe banden aangesmeerd die al spoedig problemen gaven. Dat gebeurt mij geen tweede keer. De uitdrogingssnelheid is sterk afhankelijk van UV-straling door de zon en de (opslag)temperatuur. ATB-banden zijn vaak voorzien van een ruig noppenprofiel. Dat staat wel stoer maar het fietst beroerd. Zo’n profiel kost op asfalt of harde gravelwegen een flinke extra trapinspanning en in zacht terrein met een zware fiets heb je er eigenlijk ook maar weinig voordeel van. Met een kale fiets zou je nog wel een steile blubberhelling een stukje omhoog kunnen fietsen en dan is een ruig noppenprofiel wel belangrijk om het doorslippen van je achterwiel te verminderen. Maar als je al zo’n stukje weg tegenkomt op je reis, dan red je dat toch niet met je zware fiets en wordt het sowieso lopen. Je moet het natuurlijk zelf weten, maar zo’n grof noppenprofiel voor een fietsvakantie kan ik je afraden. Er zijn hele mooie toerbanden te koop met een veel zinvoller profiel. Op harde wegen pomp je deze op tot 5 Bar. De band rolt dan alleen op het middelste profiel. Omdat dit hoogste stuk rondom doorloopt rolt dat licht en soepel. Op slechte wegen verlaag je de bandenspanning tot 3 à 4 Bar. De band gebruikt nu het hele loopvlak en het grove profiel aan de rand treedt nu in werking voor meer grip. Let op de juiste bandenspanning voor beide types wegdek. Dit geldt trouwens voor alle banden. Op een gladde weg rijdt dat dan een stuk lichter en op een slechte weg een stuk comfortabeler. Bovendien heb je met een knalharde band van 5 Bar en een hogesnelheidsafdaling op een slechte weg óók kans op een snakebite. Verder moet je bij het monteren erop letten dat sommige banden een rijrichting hebben die dan met een pijl op de band aangegeven is. De maat staat duidelijk op de banden. Op doosvelgen met hoornranden moet een band vlekkeloos passen. Als dit niet zo mocht zijn, moet je kijken naar een andere band. Verder heeft een Franse 26 Inch velg een andere maat dan een Engelse 26 Inch velg en idem met banden. Dit klink merkwaardig maar het is helaas zo. Ik fiets altijd op banden van 1.9 Inch breed. Hoewel een bredere band een hogere rolweerstand heeft, maakt dit bij lagere snelheden niet zoveel uit (<25 KM per uur) als je ze hard oppompt. Brede banden bieden een hoog fietscomfort, lange levensduur en hoge stabiliteit. Mijn favoriete band over de afgelopen jaren is de Avocet Cross Kevlar 26 x 1.9 Inch. Deze band is zeker niet helemaal perfect, maar alle plussen en missen resulteren in een dikke plus. Deze band is moeilijk verkrijgbaar in Nederland; je zult hem waarschijnlijk moeten bestellen. De Kevlar laag is redelijk ondoordringbaar en je hoeft weinig lekke banden te verwachten. De band is betrouwbaar, heeft een lange levensduur voor het loopvlak en rolt geweldig op verharde wegen. Het zwakste punt is de zwakke wangsterkte: deze band gaat altijd voortijdig ten onder aan een snakebite. Deze band heeft een z.g. negatief profiel: precies andersom van de meeste andere banden. Hierdoor is op een verharde ondergrond de band altijd helemaal glad rond en rolt perfect met de hoge bandenspanning van 5 Bar. Scherpe voorwerpen moeten een lange (diepe) weg afleggen voordat zij bij de Kevlar barrière zijn aangekomen. Een blubberige weg haakt vanzelf in het negatieve profiel van de band in plaats van andersom zoals bij een positief profiel. Voor lange-afstandstochten geeft dit meer dan voldoende grip. Alle banden kunnen stuk gaan. Neem altijd minstens 1 reserveband mee. “Shit happens”, zeggen de Amerikanen dan. Buitenbanden kun je heel goed in drieën opvouwen en dan nemen ze weinig plaats in. Als je ze later eens los mocht halen zien ze er dramatisch slecht uit. Maar eenmaal gemonteerd merk je er niets meer van. Nogal wiedes: zorg tot slot voor een passende binnenband met de juiste maat en een goed velglint. Binnenbanden met een autoventiel zijn het makkelijkst omdat je dan zonder zweten bij iedere benzinepomp je bandenspanning kunt aanpassen. Ik ken geen slechte binnenbanden. Ik neem altijd één of twee reserve binnenbanden mee. Bij een snakebite in je buitenband ontploft je binnenband meestal als bonus. Na de explosie zit er een scheur van een centimeter of 10 in je binnenband die je in uiterste nood met een heleboel plakkers nog wel dicht krijgt. Maar een wiel met zo’n binnenband rijdt als een ei. Mocht je lek rijden in de stromende regen dan kun je direct een reserve binnenband erin leggen en de lekke binnenband later in je tent plakken. Als je de mogelijkheid hebt moet je de binnenband rijkelijk bestrooien met talkpoeder om de kans op een wrijvingslek te verkleinen.
|
![]() |

Rene Maassen prive
pagina's. Fietsreizen en fietsen op de fiets door IJsland, USA,
Amerika, Japan, China, Mongolie, Mongolië, Laos, Thailand,
Singapore.
![]()