|
![]() 01). Op 19 november 2001 steken wij de Mekong over per boot. De fietsen kunnen probleemloos mee in het smalle bootje. Wij zullen 3 maanden in Thailand blijven en 2.994 KM fietsen
02). Het eerste reisdoel is Bangkok, via een aantal oude
steden.
03). Het landschap in noord-Thailand. Arbeiders halen
de rijstoogst binnen met de hand. Iedereen (ik bedoel I E D E R E E N)
zwaait en roept uitbundig "Saa Waa Die!"
04). Een oude wat (tempel) in Chiang Mai. Wij bezoeken
veel wats in Thailand, maar een watverzadiging zet al snel in. De oude
wats zijn opgeknapt met moderne materialen en veel goudverf en spiegeltjes.
05). Wij boeken een 'trek': drie dagen wandelen door
de bergen bij Pai. Dit is de grensstreek met Myanmar. De tocht gaat deels
per olifant en deels per vlot.
06). Dit zijn de z.g. Indische olifanten en die zijn
klein vergeleken met de Afrikaanse olifanten. Wij vinden ze reusachtig:
wat een leuke beesten! (Afbeelding: Winkeler Prins encyclopedie)
07). De olifanten gaan eerst in bad: dat vinden zij duidelijk
heerlijk!
08). Geweldig zo'n olifant! De jungletocht is heel mooi.
09). Wij slapen in een Karen dorpje. Deze minderheid
komen oorspronkelijk uit Myanmar. Deze vrouw snijdt dunne stroken bamboe
om de bamboe voor de vlotten bijeen te houden. Overdag is het lekker weer:
's Nachts is het wat fris.
10). De tocht per vlot terug naar de weg is prachtig!
Het duurt de hele ochtend en de jungle is erg mooi, vrijwel onaangetast.
11). Een vrouw uit de Akah minderheid.
12). Terug in Chiang Mai. Bovenop de berg is deze fraaie
wat (tempel) met een groot gouden Boeddhabeeld. Ik vond dit een mooi plaatje. In Chiang Mai bezoeken wij een 'monk chat'. Daar kan ik veel
vragen stellen over het Thaise
Boeddhisme. Lees het verhaaltje in een apart venster als het je interesse
heeft of ga door met de foto's.
13). Op 1 december 2001 fietsen wij Chiang Mai uit. Wij
gaan nog langs deze 'wat Chedi Luang' die deels ingestort is na een aardbeving.
Eigenlijk is deze mooier, omdat de andere oude wats te opgeknapt zijn op
niet-originele wijze.
14). Even buiten de stad, langs een riviertje naar Lamphun,
staat deze 'wat Chedi Liam'. Deze heeft een andere stijl (een Indiase stijl) dan de meeste
Thaise wats. Wij vinden deze wat mooier dan de toeristentrekkers in Chiang
Mai. Hier zijn geen toeristen.
15). Bij een olifantentrainingcentrum is een open dag.
Deze Thaise familie is gekleed in hun mooiste kleren. Wij kamperen daar
in ons in Thailand gekochtte micro-tentje. Wij zijn blij dat wij weer een
kampeerset hebben. 16). Een stuk over een junglepad, omdat wij de hoofdweg
willen vermijden. Het is warm, mooi en uitbundig groen. Alle Thai zijn
lachende vriendelijke mensen. Het Boeddhisme brengt de meest vreedzame
mensen voort.
17). Op 6 december 2001 bezoeken wij Si Satchanalai:
een oude verlaten hoofdstad van oud-Thailand. In totaal zullen wij 4 van
zulke 'steden' in Thailand bezoeken, maar dit is de mooiste (en de rustigste).
Wij gaan heel vroeg en zijn alleen. Het is deels overwoekerd, deels gerestaureerd:
precies goed.
18). Op 9 december 2001 bezoeken wij Sukothai: ook zo'n
oude stad. De markt is leuk; deze dames bakken ommeletjes van duiveneieren
in een poffertjespan. Heerlijk! 10 Stuks voor 10 Baht (25 Eurocent)
19). Een mooie foto van Old Sukothai. Van een afstand
dan. Want deze oude stad vinden wij een afknapper. Alles is veels te mooi
weer opgemetseld met veel beton; overal lampen en draden voor de toeristen
lichtshow; overal cola- en ijstentjes; en een te mooie en niet-originele
tuin. Overal rijden bussen, auto's en brommers doorheen. Niet ons idee
van een historisch park, het is meer een pretpark. Een afrader.
20). Wij zijn Bangkok binnengefietst en nemen voor een
paar dagen intrek in een goedkoop guesthouse. Hier bezoeken wij het (oude)
koninklijk paleis.
21). In Bangkok bezoeken wij o.a. de gouden Boeddha: die is erg mooi. Buiten staat deze kermis: niet zo mooi. In de gokmachines achterin kun je een munt werpen. Een elektronische Boeddha wijst dan een getal aan. Vervolgens kun je jouw persoonlijke toekomstvoorspelling briefje met hetzelfde nummer pakken. Boeddha zou beslist de tafels van deze geldwisselaars omverwerpen!
22). China town in Bangkok: leuk!
23). In het koninklijk paleis is een reusachtige (44
meter) liggende Boeddha.
24). Op 25 december 2001 fietsen wij Bangkok uit: op naar Singapore! Het is druk, maar het gaat verder wel goed. De eerste weken hebben wij een harde wind mee.
25). Langs de kust wordt zeewater verdampt in bekken.
Het zout wat overblijft wordt gewonnen. Dit is zwaar werk in deze hitte
van 34 graden. Dit soort werk betaalt 2,5 Euro per dag in Thailand.
26). Op 30 december nemen 'Som' ("Sinasappel")
en 'Chucheep' ons mee voor een dagtocht per auto naar de waterval in een
natuurpark. Ook trakteren zij op een heerlijke vismaaltijd. Kab koen krab
("Heel beleefd bedankt!"). Wij kamperen op het strand.
27). Nu komen er regelmatig mooie kampeerplekjes aan
de kust voorbij. Het is nieuwjaarsdag 2002: een mooi kampeerplekje, een
mooi strand, een lekker lokaal eettentje, aardige mensen en geen toeristen:
prima! 28). Langs de kust is alleen een hoofdweg: dat is niet
leuk fietsen. Maar hier is weer een lokale weg: dat is wel leuk! 29) Deze 'coconut bay' was misschien wel het mooiste
kampeerplekje van Thailand op 7 januari 2002. Mooie baai, lekker zwemmen,
zon en schaduw, geen toeristen. Het is één van de laatste
ongeschonden baaien van Thailand. 30). Wij steken over naar de westkust van Thailand. De
toeristenvalkuil Phuket mijden wij. Wij hoppen via diverse eilandjes (niet
allemaal op deze kaart) naar Maleisië. 31). Op 16 januari 2002 huren wij ons eigen bootje vanuit
Phang Nga om ons naar het eilandje Ko Mak Noi te brengen. Een eilandje
zonder toeristische voorzieningen, daarom gaat daar niemand heen. Omdat
wij kamperen, is dat juist een voordeel. De fietsen gaan mee aan boord. 32). Het kustlandschap is een plaatje in deze streek. 33). Ons huurbootje stopt ook bij het 'James Bond eiland'. Een scene uit 'The man with the golden gun" is hier opgenomen. Het hele toeristencircus is hier ook, compleet met plastic souvenir-shit, dus snel weer verder.
34). Wij kamperen een paar dagen op Ko Mai Noi, aan de
noordkust. Buiten de lokale (Moslim) vissers en wij, is het eilandje vrij
van toeristen en betonnen ontwikkeling. Het is geen mooi zwemwater en er
is veel zwerfvuil (het eiland ligt vol). 35). Op 25 januari 2002 zijn wij in Krabi. In Thailand
eten wij iedere dag een heerlijke ananas. Dit is de ananasschoonmaker op
de lokale markt. 36). Op 3 februari 2002 gebeurt het onmogelijke: wij
treffen Kami-san en Hana-san weer (zie Japan
fotoboek). Zij zijn hier ook op de fiets en het is gezellig. Sayonara
tomodachi! Mate ne tomodachi! Met een boot gaan wij naar het natuurpark op Ko Tarutao. Dit
laatste eilandje van Thailand is het laatste Thaise plekje waar de verbetonnisering
nog niet heeft toegeslagen. Wij kamperen heerlijk rustig en mooi op dit
vrijwel ongeschonden eiland. Door de minimale voorzieningen zijn er bijna
geen toeristen: perfect!
37). Adam en Eva in het paradijs. Wij lopen de jungle
in naar de waterval. Wij zijn alleen en zwemmen en zonnen urenlang in ons
geboortegewaad. Een hoogtepunt! 38). Wij lopen door de jungle naar het zuidpunt van Ko
Tarutao. Een mooie maar plakkerige tocht van 5 uur. De volgende dag lopen
wij terug.
39). In de jungle liggen reusachtige bladeren. Eva gaat hier gehuld achter zo'n blad.
De afgelopen drie maanden Thailand hebben ons veel mooie
dingen en lieve mensen laten zien. Thailand was een reuze aardig land voor een fietsbezoek. Het is
makkelijk, vriendelijk, veilig en goedkoop. Met de fiets lukt het om tussen en vooral buiten de toeristencentra te komen.
Daar is het dan op zijn mooist.
|
![]() Lees het reisverhaal over Thailand
33 pagina's |

Rene Maassen prive
pagina's. Fietsreizen en fietsen op de fiets door IJsland, USA,
Amerika, Japan, China, Mongolie, Mongolië, Laos, Thailand,
Singapore.