-Op Boeddha’s schoot-

©2002 door René Maassen

http://www.renemaassen.nl

 

Terug in Chiang Mai lezen wij over een monk chat. Op maandag, dinsdag en vrijdag kunnen wij bij wat Suam Dok chatten met de monniken over al onze vragen aangaande Boeddhisme. Het duurt van 17:00 tot 19:00. Hoewel ik nog wat koortsig ziekjes en zwak ben, veroorzaakt door de twijfelachtige versheid van het buffet eten van gisteravond, besluiten wij toch te gaan op deze vrijdag 30 november. Wij hebben veel vragen over Thais Boeddhisme en willen morgen vertrekken uit Chiang Mai.

Er zijn een stuk of 10 farang op de chat afgekomen, waaronder wij. Wij praten met monnik Pra Thong. Pra betekent monnik. Om te beginnen zeg ik dat wij deze avond een goed initiatief vinden en dat wij hopen dat hij het geduld kan opbrengen voor onze vele vragen. Hij glimlacht. Hij wordt zo nu een dan bijgestaan door een senior monnik. Want Pra Thong is pas 22. In zijn prille jeugd ontmoette hij een monnik en was gelijk vastbesloten: zijn verdere leven zou hij ook een monnik zijn. In Thailand moeten kinderen verplicht de lagere school afmaken, tot en met 12 jarige leeftijd. Pra Tong is daarna eerst 8 jaar lang 'nieuwkomer' monnik geweest. Nu sinds twee jaar is hij een 'echte' monnik. Een nieuweling hoeft slechts trouw te beloven aan 10 regels. Een echte monnik belooft trouw aan niet minder 227 regels! Deze regels worden om de 14 dagen, een halve maanmaand, gezamenlijk hardop gepreveld in de wats. Een 'wat' is een Thaise Boeddhistische tempel. Pra Thong draagt zijn geel/oranje lap om zijn zeker niet dikke lijf. Wij merken op dat de verschillende monniken verschillende kleuren kleden dragen.

"De monnikkleden bestaan in totaal in 6 verschillende kleuren, maar die hebben geen specifieke betekenis, het is maar net wat voor een kleed gedoneerd wordt", legt hij uit op zachte toon.

Hij is bescheiden en wat verlegen. Zijn Engels is soms wat moeilijk te verstaan. Zijn haar is heel kort, hij is bijna kaal. Het haar wordt iedere 14 dagen geschoren. Dat gebeurt op de avond van volle maan of de dag daarvoor, en dan weer 2 weken later, bij nieuwe maan. Het valt samen met het trouw prevelen aan de leefregels. Zijn haar was gisteren geschoren, want vanavond is het volle maan. Die leefregels zijn nogal complex en uitgebreid. Hij vertelt over de vier belangrijkste.

"1: geen mensen doden. "

"2: niet stelen."

"3: geen gemeenschap."

"4: geen valse weergave van kunde en inzicht."

"Als één van die vier regels gebroken wordt, dan is de monnik geen monnik meer en kan dat ook nooit meer worden", vertelt hij.

Ik stel vragen over de verschillende stromingen in het Boeddhisme. Hij legt uit dat alle stromingen en sektes in twee hoofdgroepen vallen. De eerste is de Mahajana-school. Deze is gangbaar in Japan, China, Tibet, Ladakh, Mongolië, Korea, Vietnam. Dit is de 'hervormde' school. Er hebben verruimingen en veranderingen op de oorspronkelijke regels plaats gevonden. Monniken mogen bijvoorbeeld trouwen of ochtend gymnastiek doen. De tweede hoofdschool is de Therawada-school. Deze is gangbaar in Thailand, Laos, Cambodja, Myanmar, Sri Lanka. Dit is de conservatieve school. Die, naar hun mening, de oorspronkelijke lering van Boeddha zo strikt mogelijk volgen.

Mijn vragenbeantwoorder is dus een Therawada Boeddhist; dit zal zijn uitleg waarschijnlijk hier en daar wat kleuren. Ik stel een vraag over de gele en rode kappen stroming. De senior monnik legt uit dat binnen de 2 hoofdstromingen weer vele sub-scholen en sektes zijn. Zo kent het Tibetaanse en Mongoolse Mahajana Boeddhisme, weer een gele-, rode- en zwarte kappen stroming. Er is ook nog een vierde kleur, maar die kan hij zich niet voor de geest halen. De senior monnik, zijn Engels is zeer goed, heeft om zijn rechterpols een brakhaan: Een kettingsnoer met 108 kralen. Dat is een geluksgetal voor Boeddhisten.

Het is een simpel sommetje: 6 zintuigen (ogen, oren, tong, neus, huid, gevoel) x 6 functies (zien, horen, proeven, ruiken, tasten, pijn) x 3 levens (verleden, heden, toekomst) = 108. Ik vraag waarom hij die als Thaise Therawada monnik gebruikt. Ik ken het vooral van de Tibetaanse, Ladakhse en Mongoolse monniken. Hij legt uit dat hij hier inderdaad één van de weinigen is die het gebruikt.

"Het is een hulpmiddel om de geest de concentreren. De 108 kralen glijden voortdurend één-voor-één door de hand terwijl iets gedaan wordt. Als bij het eind van het snoer, een knoop, het getal '108' is, dan is de geest geconcentreerd. Want daar draait het om bij meditatie, een geconcentreerde geest", geeft hij aan en vervolgt:

"Wij zeggen: als je met vrienden bent, let dan op je woorden. Als je alleen bent, let dan op je gedachten".

 

 

Ik stel vragen over de muurschilderingen in de tempels. Die lijken altijd hetzelfde verhaal te vertellen, als een stripverhaal.

"Dat klopt", zegt Pra Thong.

Eerst legt hij uit dat het Boeddhisme uit drie 'manden' bestaat.

"Deze zijn: 1. geschiedenis 2. regels 3. filosofie. Het drie manden principe komt in beide Boeddhistische scholen hetzelfde terug. De inhoud van de manden verschilt wat tussen de scholen en stromingen en sektes."

In Thailand zijn vele Boeddhistische universiteiten. Ook deze wat is verbonden met zo'n universiteit. Dit is een goede plek om vragen te stellen, want die zijn nog lang niet op. Pra Thong is mij voor.

"Uw vragen over een aantal steeds terugkerende muurschilderingen hebben betrekking op de eerste mand van het Boeddhisme, de geschiedenis van Boeddha's leven,", zo legt Pra Thong uit en vervolgt:

"Het is inderdaad meestal weergegeven als een stripverhaal en bevat alle belangrijke gebeurtenissen uit het leven en vooral de vorige levens van de man die Boeddha werd. In totaal heeft hij 500 levens doorgemaakt, voordat hij zijn nirvana (verlichting) vond."

Ik schrijf 'hij' met opzet niet met een hoofdletter, want Boeddha is geen God of door God gezonden persoon, volgens zijn eigen leer. Een afbeelding die altijd terugkomt zowel als schilderij en als beeld, is een vrouwelijk uitziende man die zijn lange haar afsnijdt met een zwaard.

"Boeddha was in zijn laatste leven geboren als prins in een Indiaas koningshuis. Toen hij op een dag per ongeluk al het lijden van de mensen buiten de kasteelmuur zag, besloot hij direct te breken met zijn onechte en beschermde wereld. Deze schildering geeft dat moment weer", zo legt Pra Thong uit. Dat verlicht ons inzicht gelijk wat.

"De afbeelding met de bedelaar in de boom en die verjaagd wordt, betreft een bedelaar die de Boeddha in een vorig leven alsmaar lastig viel tijdens zijn meditaties. De bedelaar moest verjaagd worden".

Ik vraag verder: "Een andere steeds terugkerende afbeelding geeft weer hoe een vader en moeder hun kinderen in het bos achterlaten, en die kinderen worden door andere mensen meegenomen".

"In zijn één-na-laatste leven gaf Boeddha de mensen alles wat zij vroegen. Hij gaf al zijn aardse bezittingen weg. Iemand vroeg om zijn kinderen, hij gaf zijn kinderen. Iemand anders vroeg om zijn vrouw, hij gaf zijn vrouw", legt de monnik uit.

Ik vraag over een ander steeds terugkerend schilderij: "Er is een schilderij waarin een schip midden op zee vergaat en iedereen koppie onder gaat en ondertussen levend verscheurd wordt door verschrikkelijke zeemonsters. De zee is rood gekleurd en het einde is duidelijk nabij."

"Het betreft een punt in een vorig leven van de Boeddha. Het is het moment waarop iets helemaal fout gaat, je niet weet hoe het komt, en niet weet hoe je kunt ontsnappen", zegt Pra Thong met een glimlach.

Zo'n moment komt veel mensen wel bekent voor lijkt mij. Een mooie metafoor, die ook voor Boeddha werkelijkheid is geweest, in tenminste 1 van zijn 500 levens. Genoeg over de geschiedenismand, lijkt me. Over de regels zou ik nog wel meer willen weten, maar ik vind het gênant om daar dieper op in te gaan. De vier hoofdregels heeft hij al uitgelegd en de regels zijn slechts een hulpmiddel, een bijzaak, in iedere religie. Dat zou het althans moeten zijn, maar dat lijkt overigens vaak anders.

Ik vraag meer over de filosofie mand van het Boeddhisme. Pra Thong speelt de meeste vragen door naar de senior monnik.

"Hemel en hel lijken een belangrijke rol te spelen in het wereldbeeld van het Boeddhisme. Die indruk geven tenminste de tempelschilderingen", leg ik op tafel.

"Dat klopt. In het Boeddhisme zijn drie werelden: De eerste wereld; de wereld van de mensen. De tweede wereld; de wereld van hemel en hel. En de Derde wereld: nirvana" [dit is een 'toestand', hier is geen sprake van 'werelden' meer].

Ik vraag door en de senior monnik geeft een toelichting. die komt hierop neer: In hun leven verrichten mensen daden. Die vullen iemands karma met goede en slechte oogsten. Na iemands dood, vind een karma afrekening plaats. De overledene brengt een bepaalde tijd door in hemel of hel. De tijdsduur is afhankelijk van het karma van die persoon. Een korte beloning in hemel of een lange straf in de hel [andere combinaties zijn ook mogelijk, ik beperk mij hier tot deze twee], het is allemaal afhankelijk van onze eigen acties en van niemand anders. Het is mij onduidelijk welke autoriteit erop toeziet dat iedereen zijn verdiende afrekening krijgt, want in Boeddhisme is er immers geen God, maar blijkbaar wel een 'rechtvaardigheid autoriteit', maar dit slechts terzijde. Na de karma afrekening vindt wedergeboorte plaats als mens of als dier, ook dit is karma afhankelijk. Deze cirkel van wedergeboorte, darma, gaat onophoudelijk door, en daarmee ook het ondervonden lijden van de mensen. Totdat Nirvana, of verlichting, bereikt wordt en 'zelf' ophoudt te bestaan en een staat van gelukzaligheid wordt bereikt en 'lijden' verdwijnt. Het is darma of nirvana; niets anders! Aards geluk en aards lijden zijn onlosmakelijk in het Boeddhisme. Hij benadrukt dat Boeddhisten spreken over wedergeboorte, en niet over reïncarnatie zoals de Hindoes dat doen.

"Hindoes maken een scheiding tussen iemands tijdloze onverwoestbare 'zelf' en zijn of haar fysiek lichaam als mens of dier. Het lichaam word gewisseld, de geest niet. Boeddha verwierp dat, één van zijn belangrijkste lessen is die van 'niet-zelf': er bestaat géén 'zelf', ieder idee van 'zelf' is vals. Een mens is in een voortdurende en nooit eindigende staat van energie en bewustzijn, die altijd nieuw is. Bij wedergeboorte zijn geest en lichaam weer ondeelbaar".

Het lijkt mij meer een woordelijk onderscheid dan een feitelijk, maar ik wil hem niet tegenspreken.

Boeddha was opgevoed in een Hindoe traditie. Toen hij brak met zijn beschermde koninklijk bestaan, ging hij net zolang onder een vijgenboom vasten en mediteren totdat hij de oorzaak van al het menselijk lijden, wat hem zo geschokt had, kende. Onder die boom vond hij zijn verlichting, zijn nirvana. In dat geschiedkundige licht kunnen wij Boeddha beschrijven als een rebelerende Hindoe, netzo als Jezus een rebelerende Jood was. Pas veel later bracht Boeddha zijn ontdekte inzichten mondeling naar buiten:

Kern van het boeddhisme zijn de door Boeddha geformuleerde Vier Edele Waarheden: 1. alle bestaan is lijden; 2. lijden ontstaat door begeerte; 3. de begeerte moet vernietigd worden; 4. de begeerte kan teniet gedaan worden door het volgen van het achtvoudige pad: juist inzicht, juist besluit, juist woord, juiste daad, juist leven, juist streven, juist denken en juiste meditatie. Het consequent navolgen van dit pad leidt uiteindelijk tot nirvana. [Winkler Prins Encyclopedie].

Mijn vragen aan de senior monnik zijn nog niet op: "De vier levenshoofdregels die u uitgelegd heeft, komen eigenlijk terug in de meeste religies. Gij zult niet doden, gij zult niet stelen enzovoort als voorbeeld. Zijn er punten waarin Boeddhisme fundamenteel verschilt van andere religies?".

"Zeker. Op twee fundamentele punten verschilt de leer van Boeddha van andere religies: Als eerste; er is geen God, zei Boeddha. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden en het wel of niet bereiken van nirvana en daarmee de ontsnapping aan lijden. Als tweede; het niet-zelf principe. Dat is moeilijk uit te leggen. Probeer je alles voor te stellen wat 'zelf' is: niet-zelf is het tegenovergestelde. Niet-zelf gaat ervan uit dat niets permanent is, er bestaat slechts 'nu' en dat verandert onophoudelijk. Er komen voortdurend nieuwe invloeden bij en al het huidige is al oud, valt dus voor altijd weg. Er is slechts een voortdurende energiestatus die 'nu' heet. Alle idee van een permanent-zelf is vals", zo legt hij uit.

Dat is een verlichtende uitleg voor mij. Ik vraag naar de bron van Boeddhistische kennis.

"Natuurlijk betreft het de leer van de verlichtte Boeddha, maar die heeft zelf toch geen geschriften achtergelaten?"

"Dat klopt", zegt de oudste monnik.

"Wie heeft ze dan opgeschreven en wanneer?"

"Latere volgelingen hebben eeuwen na het vertrek van Boeddha zijn lessen opgeschreven", is zijn antwoord.

"Is daarmee niet een paralel ontstaan met de Christelijke Bijbel, waarvan de huidige samenstelling ook pas vierenhalve eeuw na de dood van Jezus heeft plaatsgevonden, onder redactie van de toenmalige kerkhoofd?", vraag ik door.

"Ja en nee. Het verschil is dat de lessen van Boeddha eeuwenlang door zijn volgelingen gezamenlijk woordelijk en in de oorspronkelijke taal [Sanskriet] zijn doorgegeven, in plaats van in individuele geschriften en in andere talen, die onderling konden afwijken. Daardoor heeft bij het opschrijven eeuwen later [vrijwel] geen vervorming plaats gevonden en was ook geen redactie nodig: er was nog steeds slechts 1 verhaal", verklaart de senior monnik.

"Wat ik weet van Boeddha’s leer is heel beperkt", geef ik aan.

"Zijn belangrijkste leer was nog dat alle lijden voortkomt uit verlangen. Ook heeft hij zichzelf nooit als God [afgevaardigde] gepresenteerd?", vertel ik op vragende toon.

"Dat klopt".

"Ik zie in de tempels echter dingen die mij verwarren. In iedere tempel staan grote Boeddha beelden en mensen aanbidden die, zo lijkt het, als een God. Ik zie toekomstvoorspellers met 'magische' stokjes en genummerde laden hun voorspelling afgeven. Ik zie foto's van de Thaise koning naast Boeddha staan. Ik zie [Chinese] dierenriemtekens. Ik zie Hindoeïstische Goden als Hanoeman [aap God] en Ganesh [olifant God]. Waar past dit allemaal in Boeddha’s leer?", vraag ik.

De monnik lacht zachtjes en geeft aan dat hij de vraag begrijpt. Hij antwoord voorzichtig:

"Sommige mensen bidden inderdaad tot Boeddha en vragen bijvoorbeeld om een gunst of bescherming tegen iets. Anderen aanbidden de Boeddha, zo lijkt het, maar tonen zo slechts eerbied aan zijn leer. Boeddhisme is in de kern heel eenvoudig. Die kern bevat slechts een aantal zaken: Als eerste; het doel van leven is nirvana als de enige ontsnapping aan lijden. Als tweede; er bestaat géén God. Ook Boeddha is geen God. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen ontwikkeling en het wel of niet bereiken van nirvana. En als derde; door meditatie en het volgen van Boeddha’s regels [het 8 voudige pad] kan deze ontwikkeling door iedereen bereikt worden. Over de eeuwen hebben vele culturele en andere menselijke invloeden plaats gevonden, die niet 'fout' zijn, maar niets met de kern van Boeddha's leer te maken hebben", zo legt hij voor mij heel verhelderend uit.

Zijn Therawada [conservatieve] uitleg bevalt mij wel, hoewel 'conservatief' doorgaans niet mijn favoriete benadering is. Het Boeddhisme is deze avond voor mij gestript van alle culturele toevoegsels en de kern van de leer komt zichtbaar. Die kern is simpel en helder. Boeddha’s leer gaat ook hier op: er bestaat slechts 'nu'; al het andere is illusie. Door mij daarvoor open te stellen op een 'niet-zelf' manier heb ik een nieuwe staat bereikt: een nieuw inzicht. Ik ben niet dezelfde persoon als ik een paar minuten geleden was. Er is geen verleden, geen toekomst. Er is slechts een altijd voortrollende energiestatus en dat is ‘nu’. Ik voel mij van een last verlicht en helder.