|
"Perfect China" © 2005 Rene Maassen Contact: rene@renemaassen.nl http://www.renemaassen.nl
Op donderdag 7 maart 2002 fietsen wij over de brug tussen Johor Bahru in Maleisië en Singapore in Singapore. Aan het einde van deze brug zien wij Singapore al liggen. Singapore behoort tot de kleinste landen ter wereld. Het eilandje ligt aan de zuidpunt van Maleisië. In het westen ligt de straat van Melakka en aan de overkant daarvan ligt Sumatra in Indonesië. Singapore is klein: het is circa 40 KM van west naar oost en 20 KM van noord naar zuid op de breedste punten. In totaal bestaat het land Singapore uit zo’n 60 eilandjes en wat zee-oppervlakte eromheen. Maar als ik hier praat over Singapore, bedoel ik het éne grote eiland met de stad Singapore die het hele eiland beslaat. De overige eilandjes zijn niet meer dan speldenknopjes. Nederland is ongeveer 65 keer zo groot als Singapore! Nederland ligt echter op de 52e breedtegraad noord en Singapore op de 1e! De zuidkust van Singapore ligt slechts 143,9 kilometer ten noorden van de evenaar. Het weer is daardoor hier het hele jaar hetzelfde: warm en vochtig. Het is zo'n 36 graden overdag en 's nachts rond de 25 graden. Van november tot april staat er echter iedere dag een harde noordoosten wind, waardoor de temperatuur vlak aan zee heerlijk aanvoelt. In de stad is het enigszins plakkerig heet. Singapore heeft wel een nat seizoen, maar geen droog seizoen. In december en januari valt er wat meer regen dan de rest van het jaar. Er kan in principe iedere middag een spectaculaire onweersbui vallen. Het is weer mooi weer. Het is zonnig en ook vandaag is het 36 graden heet, maar het waait inderdaad flink hier boven de zee. Deze brug is zo’n 2 kilometer lang. Eigenlijk is het een soort dam, want de brug steekt nauwelijks boven het water uit. Naast de brug lopen diverse pijpen van ruim een meter diameter. Singapore levensader? De immigratie procedure van Singapore is uiterst efficiënt. Wij als fietsers moeten via de baanvakken voor auto’s binnenrijden. Er zijn wel 24 lanen met ieder een loket. Het is rustig. Wij rollen onze fietsen over één van die lanen naar één van die loketten. Wij worden uiterst correct ontvangen door de perfect Engels sprekende immigratie beambte. Zo te zien is zij van Chinese komaf. Na het gebruikelijke formulier krijgen wij een 14 dagen permit in het paspoort gestempeld. Daarna volgt de douanesluis. Er hangen duidelijke borden dat drugssmokkelaars in Singapore verplicht de doodstraf ontvangen. Wij worden echter weer vriendelijk toegeknikt en mogen door fietsen. Wij zijn veilig in het achtste en laatste land van deze reis aangekomen. Wij schudden elkaar de hand (en geven ook een kus). In Maleisië had Jolanda een oude overzichtskaart van Singapore gevonden. Daarop gaan wij fietsen naar het East Coast Park. Dat park ligt overigens aan de zuidkust, maar dat slechts terzijde. Volgens een andere bron mogen wij daar formeel gratis kamperen. Daarop zetten wij in. Het verkeer is uiterst gedisciplineerd. Er zijn veel nieuwe auto’s, die bijna geruisloos over de als nieuw uitziende boulevards zoemen. Wij zijn zo ongeveer de enigste fietsers en worden met groot respect en uiterste voorzichtigheid ingehaald. Regelmatig blijven auto’s en bussen op geruime afstand achter ons rijden, omdat zij ons niet vlak voor een bocht willen inhalen. Iedereen trapt direct op rem om ons zorgeloos te laten oversteken. Overal staan nieuw uitziende wooncomplexen die er goed uitzien. Het overal aanwezige stadsgroen verraad echter dat dit geen net opgeleverde woonwijken zijn. Overal zijn stoplichten en oversteekplaatsen voor voetgangers. Wat verschil met Maleisië, waar de stadsontwerpers duidelijk een voetgangershaat tentoonstellen! Wij zien Chinese, Indiase en Maleise mensen door elkaar over de straat lopen. Pardon, over het trottoir, die hebben ze in Singapore overal. Het is duidelijk dat de Chinezen de meerderheid vormen in Singapore, maar iedereen lijkt gelijkwaardig met elkaar om te gaan. Alles mengt zich probleemloos. Normaal gesproken valt hier vrijwel iedere middag een spectaculaire onweersbui. Maar nu heeft het al vier weken niet geregend, dat is opmerkelijk. Het gras wordt bruin. Het is dezelfde droogte waar zuid-Maleisië ook onder te lijden heeft. In Melakka is het drinkwater bijna op. De vermoedelijke oorzaak is massale verwijdering van alle wetlands (mangrovebossen) op het Maleise schiereiland en op Sumatra aan de overkant. De daarop volgende 'verbetonnisering' van het kustlandschap bespoedigt het uitdrogen van het land. In Maleisië zijn veel wetlands omgezet in palmolie plantages, die het landschap langzaam uitdrogen. Die palmolieboom komt oorspronkelijk uit Ghana in Afrika, maar nu is driekwart van het Maleise kustlandschap ermee vol geplant. Om de 4 weken worden de trossen noten geoogst. Ze lijken op grote zwarte olijven. Daar wordt palmolie uit geperst. Het is een belangrijk onderdeel van veel zepen maar ook als goedkope massa/vulling in voedingsmiddelen als koek, ijs, noodles enzovoort. De natuurlijke sponswerking van het land is hierdoor echter verstoord met klimaatverandering als eerste gevolg. Na zo’n 35 kilometer fietsen, zo klein is Singapore ook weer niet, zijn wij in het oostelijk deel van de zuidkust aanbeland. Wij vragen enkele mensen naar de kampeerplek in het East Coast Park. Dat gaat makkelijk, want iedereen hier spreekt Engels. Wij zijn er vlakbij. Bij de fietsverhuurwinkel in het park moeten wij een permit halen. Daarvan hadden wij al gehoord. Die permit blijkt inderdaad gratis te zijn. Maar wij mogen maar maximaal drie nachten per maand hier kamperen. Dat is een tegenvaller. Wij hadden verwacht hier een week aan het strand te kamperen, uit te rusten en dan naar huis te vliegen. Dan vliegen wij maar wat eerder naar huis, is onze snelle reactie. Wij nemen de permit in ontvangst. Een paar kilometer naar het westen is het door ons gekozen kampeerterrein B. Er zijn drie kampeerterreinen, maar vanuit gebied B kunnen wij makkelijk met de bus naar de stad. Wij zetten de tent op pal aan het strand onder de schaduw van een palmboom. Het is een mooi plekje. De grond is zanderig, dus wij gaan op zoek naar wat stenen om de tent goed te verankeren. Dat valt niet mee! In dit perfect schoongehouden park zijn geen stenen of losse rommel te vinden. Op het naastgelegen bootplaatsje vinden wij wat stenen. Het kamperen is dus gratis. Maar in het verderop gelegen WC gebouwtje kost alles geld. WC kost 12 Eurocent en douchen kost 20 Eurocent. Het meenemen van drinkwater kost zelfs geld: 30 Eurocent. Ik heb geloof ik nog nooit geld betaald voor wat drinkwater uit de kraan, maar goed: Singapore biedt ons een verder perfect kampeerplekje aan het strand, voor nop. Het is best wel druk in het park. Dit East Coast Park (wat dus aan de zuidkust ligt) is wel 20 kilometer lang en slechts 200 meter breed op de meeste plaatsen. Ook dit kustpark is gemaakt op reclaimed land. Singapore heeft zelfs geen grondstoffen of overtollige materialen om een stuk zee te dempen. De benodigde rotsblokken en zand hiervoor zijn geïmporteerd uit Indonesië! Het park is in essentie één lange brandschone groenstrook met een mooi strand. Het park heeft 2 gescheiden lanen: één voor wandelaars en één voor fietsers en rollerskates. De doelgroep van iedere laan staat duidelijk met pictogrammen op het gladde asfalt aangegeven. Ook heeft iedere laan één rij/loop-baan oostwaarts en één westwaarts. Het is allemaal heel overzichtelijk. Er is geen reden om het fout te doen. Het kampeerterrein waar wij staan is overigens gewoon een (nu) bruin grasveld langs deze ‘hoofdrecreatieweg’. Er staat een bord dat je hier mag kamperen met een permit en waar je die gratis kunt halen. Er is geen reden om het fout te doen. Op dit kleine eilandje genaamd Singapore wonen officieel 3,2 miljoen mensen, maar er zijn wel zo’n 800.000 contractwerkers ingehuurd uit andere landen. In totaal dus 4 miljoen mensen op slechts 640 vierkante kilometer. De verschillende mensenrassen leven hier samen in goede harmonie en welvaart. De vaste bevolking bestaat voor ongeveer 77 % uit Chinezen, 15 % Maleisiërs, 5 % Indiërs (hoofdzakelijk Tamils) en 3 % overig. Zo ongeveer de helft van al die Singaporanen lijkt hier in dit park zijn gezonde dagelijkse lichaamsbeweging te praktiseren: wandelen, snel wandelen, lopen, snel lopen, achteruit lopen, snel achteruit lopen, (vooruit) rennen, fietsen, rollerscaten, rek-en-strek oefeningen, badminton, zwemmen en tot slot een soort virtueel zwaardvechten. Terugkijkend in de geschiedenis is het een klein wonder dat het allemaal zo goed is afgelopen met Singapore en haar gemengde bevolking. Toen Maleisië in 1957 onafhankelijk werd van Engeland ontstond er al spoedig rivaliteit tussen de Chinese leider Lee Kuan Yew als politiek leider van het autonome eilandje Singapore en de Maleise leiders in Moslim Maleisië. Het eilandje Singapore was toen al overwegend een Chinees handelscentrum. Gedurende een korte periode (september 1963 tot augustus 1965) heeft Singapore zich aangesloten bij de Maleise Federatie. Maar rassenrellen tussen de Maleisiërs en de Chinezen in zowel Maleisië als Singapore leidde al snel tot een breuk. De Maleisiërs hebben in augustus 1965 min-of-meer Lee Kuan Yew met zijn Chinese minderheid uit de Maleise Federatie geschopt en hem het kleine en waardeloze Singapore als ‘land’ gegeven. Singapore werd als een nieuw land geboren en afgesplitst van Maleisië in 1965. De gedachte was om deze dwarse Chinees met zijn Chinese volk in dat moddergat te laten wegrotten. Singapore heeft geen grondstoffen, zelfs niet genoeg drinkwater. Bruikbare ruimte was er nauwelijks. Waar de Maleisiërs echter niet op gerekend hadden was de Chinese werklust en ondernemersdrift. Water kochten de Chinezen via een pijpleiding van Maleisië. Nu zuiveren ze het water en verkopen het terug met winst als drinkwater aan Maleisië! De prijs was destijds vastgelegd in een lange termijn contract, wat de Maleisiërs nu willen openbreken om de prijs te verhogen. De Singaporanen willen natuurlijk vasthouden aan dat contract. Ook voor het ruimteprobleem is een oplossing gevonden. Veel voormalige zee is drooggelegd en zo groeit Singapore nog steeds. Locals grappen: "Als je over 20 jaar op de kaart kijkt is Singapore vierkant [langs de landgrenzen]". De ijverige Singaporanen importeren grondstoffen, zorgen voor een duidelijke toegevoegde waarde en exporteren de waren weer met winst. Het enigste productiemiddel van Singapore zijn haar 3,2 miljoen inwoners. De 4 grootste havens ter wereld zijn nu allemaal in Azië. Singapore haven behoort nu tot die wereld top-4. Op school heb ik nog geleerd dat Rotterdam de grootste haven ter wereld is, maar die staat nu op de 5e plaats. Singapore is onder strakke leiding van Lee Kuan Yew, Mr. Singapore, in 37 jaar gegroeid van een modderpoel tot een moderne welvarende wereldstad. Het bruto nationaal product (BNP) per hoofd van de bevolking is inmiddels gelijk aan dat van Nederland. Singapore was 40 jaar geleden nog een derde wereld land; in het huidige groei tempo schiet Singapore Nederland als een raket voorbij. Het is een wonder dat deze in totaal 4 miljoen mensen toch in zo'n leefbare stad wonen. Om deze zelfde bevolkingsdichtheid te halen zou Nederland zo’n 250 miljoen inwoners moeten hebben, en geen 16 miljoen! Toch is Singapore heel wat leefbaarder dan Nederland. Om je een idee te geven..... Op vrijdag 8 maart worden wij wakker in ons camou-tentje aan het strand en wij hebben heerlijk geslapen. De wind waaide lekker door ons tentje heen: de temperatuur was precies goed om te slapen. Na een stukje lopen gaan wij met bus 36 naar het stadcentrum om twee tickets naar Nederland te kopen. Het centrum ligt zo’n 15 kilometer westwaarts. Singapore-stad heeft een indrukwekkende skyline van hoge glazen kantoorgebouwen. Het is hier duidelijk drukker maar ook duidelijk Singapore. Het is nog steeds schoon, veilig, ordelijk en gedisciplineerd. Het stadsgroen is ook hier overal aanwezig en staat er prachtig bij. Bij het eerste reisbureau blijkt al snel dat ons plannetje niet zo eenvoudig is. Alle vluchten naar Europa zijn vol tot begin april. Enigszins gedesillusioneerd gaan wij naar nog een paar andere reisbureaus. Het is hetzelfde verhaal overal. Het blijkt dat veel luchtvaartmaatschappijen na 11 september 2001 (je weet wel, de dag van…) hun vluchten met een derde verminderd hebben. Ondertussen is de vraag naar vliegen weer volkomen normaal en het aanbod van vluchten dus te krap. Er zijn daarom ook geen prijskrakers omdat de vliegtuigen toch vol komen. Via Garuda Indonesia blijken nog twee stoelen beschikbaar te zijn op 21 maart tegen een hogere tariefklasse. Maar in die tariefklasse kunnen wij wel een enkele reis kopen (de goedkoopste klasse biedt alleen retours). Per saldo is het nauwelijks duurder. De vriendelijke reisagente krijgt het echter niet voor elkaar om voor ons een 30 ipv 20 kilo bagagelimiet te krijgen van de luchtvaartmaatschappij. Daarvoor moeten wij het kaartje direct bij de maatschappij kopen. Dat doen wij even later. Zo, dat is geregeld. Op 21 maart vliegen wij naar huis. Dat is dus nog bijna 2 weken wachten en wij mogen helaas nog maar 2 nachten in Singapore kamperen. In de stad kijken wij naar een aantal ultra goedkope pensions. Nu ja, voor Singapore dan. Het goedkoopste wat wij zien is een soort schoenendoos zonder ramen met hardboard scheidingswandjes. Dit moet 20 Euro per nacht kosten. Nee dank u. In ons tentje slapen wij gratis en eindeloos veel beter dan hier. Wij maken een nieuw strijdplan, het duurt niet lang. Wij maken de resterende twee nachten op onze kampeer permit op en fietsen dan terug naar Maleisië. Daar is het kostenniveau een stuk lager. Ergens rond de 19e maart komen wij dan terug naar Singapore en proberen nog een keer een driedaagse permit te krijgen, maar dan op Jolanda’s naam. Dit gewijzigde plan is mogelijk omdat wij voor zowel Maleisië als voor Singapore geen visum hoeven aan te vragen: die krijgen EG burgers kosteloos aan grens. Wij kamperen nog twee nachten op het mooie strandje. Het zeewater is heerlijk om te zwemmen en zelfs bij eb is er snel diep water om dat te doen. Het water is niet echt helder maar wel schoon en lekker van temperatuur. Op vrijdag- en zaterdagavond is er wel wat lawaai in het parkje. Maar later op de avond wordt het toch stil. Het valt ons op dat er veel jonge verliefde stelletjes naar het park komen, vaak met een tent. Zelfs met het mooie warme weer trekken zij zich terug in hun tent, tot onze verbazing. Maar even later beginnen wij het te snappen, denken wij althans. Als verloofd of pas getrouwd stel heb je in Singapore nog geen eigen huis. Als je toch met je verloofde wat privecy wilt om bijvoorbeeld wat te friemelen, ga je gewoon een weekeinde kamperen aan het kustpark. Je kunt natuurlijk ook een hotelkamer boeken maar die zijn duur en in zo’n schoenendoos van 20 Euro is de sfeer ook niet bepaald romantisch te noemen. Kamperen in het kustpark is gratis, maar je mag dit dus maar eens per maand doen. Komt daar misschien die drie nachten limiet vandaan? Is de regering bang dat de overige productiviteit anders te ver daalt? Wij denken althans dat dit de verklaring is; wij hebben niet in de tenten naar binnen gekeken. Wel viel het ons op dat een enkele, voor lange tijd gesloten, tent op ritmische wijze heen-en-weer bewoog. Het was niet de wind die dat veroorzaakte. Op zondagochtend 10 maart is onze permit verstreken. Wij pakken rustig alles in. Ik wil het plan tot 21 maart ietsje aanpassen. Ik bespreek het met Jolanda. Wij kunnen langs de oostkust naar het Singaporese eilandje Pulau Ubin fietsen en dan met het pontje oversteken. Het ligt in de noordoosthoek van Singapore. Daar is het waarschijnlijk een stuk rustiger. Mogelijk kunnen wij daar tot 21 maart kamperen. Zoniet, dan fietsen wij alsnog terug naar Maleisië? Jolanda hoeft niet lang na te denken; zij stemt in. Wij fietsen oostwaarts om de luchthaven heen. In die uiterste hoek van het eiland treffen wij nog een kustpark aan. Deze heet ‘Changi Beach Park’ en ligt aan de oostkust. Eigenlijk is dit dus een east coast park , maar dat slechts terzijde. Wij zien diverse kampeerplekken vol met weekend tentjes en kamperende gezinnen. Wij lezen dat voor dit park je officieel ook een permit moet hebben, maar die moet je lang van te voren aanvragen. Op het middelste terreintje staat dit bord echter niet, dus wij gokken er maar op dat wij daar straffeloos kunnen kamperen. Wij kunnen altijd oprecht zeggen dat op dit terrein geen bord stond. Dit park is veel rustiger, hopelijk is de controle ook wat losser. Op het strand ligt wel wat zwerfvuil: toch een kleine imperfectie. Het plan om naar het eilandje Pulau Ubin en eventueel terug naar Maleisië te fietsen laten wij varen. Wij gaan nu een paar dagen hier kamperen, proberen dan weer drie nachten legaal in het East Coast Park (aan de zuidkust) te kamperen met de tweede permit, en tot slot de laatste nachten weer hier door de brengen. Wij proberen dus tot 21 maart in Singapore te blijven. Overdag kunnen wij met het openbaar vervoer tochtjes naar de stad maken. Wij kamperen heerlijk rustig. Doordeweeks is er buiten een enkele fietser of wandelaar en ons tweeën verder niemand. Geen haan kraait naar ons. De dagen glijden rustig aan ons voorbij. Wij rusten uit, zwemmen veel, zonnen, schaken en slapen heerlijk diep en rustig. Wij maken verschillende excursies naar Singapore stad en het nabij gelegen dorpje Changi om eten te kopen. Na vier nachten in dit park fietsen wij weer naar het East Coast Park (aan de zuidkust). Nu gaat Jolanda op haar meisjesnaam een permit vragen. Ik zetel mij nonchalant verderop bij een kampeertafel. Het meisje van de fietsenverhuurwinkel c.q. permit-uitschrijfstation herkent Jolanda echter direct en weet zich te herinneren dat ze de vorige keer samen met die andere fietstoerist was. "U kunt echt maar één permit per maand krijgen. Ook kunt u geen tweede permit op uw eigen naam krijgen. Pas volgende maand mag ik u een nieuwe permit geven. Het kan écht niet". Jolanda blijft echter lang aandringen en krijgt uiteindelijk toch een tweede permit, op haar eigen naam dit keer. Gelukkig zijn in strak Singapore sommige regels toch een heel klein beetje buigzaam. Weer verblijven wij drie nachten op dit plekje. Hier in het East Coast Park (aan de zuidkust) is het zwemmen beter, maar het kamperen is wat lawaaierig in de avonden. In het Changi Beach Park (aan de oostkust) is het zwemwater bij eb wat wierig, maar het kamperen is daar reuze goed. De noordoosten wind waait daar veel harder, dus het is koeler. Ook is het daar volkomen stil, behalve als er weer een startend vliegtuig laag over vliegt. Maar hoewel dat meer lawaai maakt dan recreërende mensen, zijn vliegtuig decibellen veel beter tolereerbaar dan menselijke decibellen. Op zaterdag 16 maart verhuizen wij weer terug naar het Changi Beach Park (aan de oostkust), voor de laatste 4 overnachtingen. Op maandag 18 maart maken wij weer een dagexcursie met het openbaar vervoer. Vandaag moeten wij heel veel buskilometers maken om te zien wat wij willen zien. De ordelijkheid van Singapore blijft ons verbazen. Alles is hier schoon en strak. Er ligt (bijna) geen papiertje of sigarettenpeuk op straat. Er is (bijna) geen graffiti en vandalisme komt echt niet voor. Iedereen houdt zich aan de maximum snelheid en andere verkeersregels. Wij rijden in diverse perfecte airco bussen, die helemaal schoon en veilig zijn en waar je nooit langer dan 10 minuten op hoeft te wachten. Een kort ritje kost 50 Eurocent, een lange rit van wel een uur kost maximaal 1 Euro. In de bus is zelfs een TV installatie, waar je via een FM walkman het geluid bij kunt horen. Die moet je dan wel zelf meenemen. De straten en talrijke parken zijn geveegd. Singapore heeft een wet over openbaar groen: de overheid heeft zichzelf wettelijk verplicht iedere straat te voorzien van openbaar groen omdat dit de positieve moraal van het volk ten goede komt. Ook moeten buitenlandse bezoekers [investeerders] zo direct, waar zij ook rijden, onder de indruk zijn van Singapore’s positieve voortvarende aanpak. Wij zijn het in ieder geval wel. Je komt in Singapore geen kauwgom tegen onder of op je stoel of waar dan ook (kauwgom is namelijk verboden). Op de meeste overtredingen van het type niet-sociaal-gedrag staat een eerste straf van 1.000 S$ (650 Euro). Vervolgstraffen zijn hoger en omvatten ook een publiekelijk deel zoals het reinigen van parken en openbare toiletten. Drugsmokkelaars worden opgehangen en drugsgebruikers moeten een verplicht afkick programma volgen. Een politiestaat zonder vrijheid? Ik dacht het niet. Je ziet namelijk bijna nergens politie. In de westerse steden zie je veel meer politie! Hier komt de meeste discipline uit de mensen zelf. Er is volledige vrijheid van meningsuiting, alleen openbare kritiek op de regering wordt slecht getolereerd. Daar is nog wel mee te leven, lijkt me. Hoewel iedere vorm van persregulering in het ‘westen’ de haren doet rijzen, is dat slechts een zienswijze van het westen uit een poel van vele zienswijzen. Volgens Lee Kuan Yew (Mr. Singapore) is het niet acceptabel dat een krant kan schrijven wat hij wil. Zo worden bijvoorbeeld veel rassenrellen gestart door wilde berichten in de media. Geheel los van het feit of dat goede journalistiek was of rioolpers; wilde beschuldigingen [aan het adres van de regering of bevolkingsgroepen] in de media kunnen een verwoestende uitwerking hebben op de levens van vele mensen en het kwaad is al lang gepasseerd voordat de regering of een bevolkingsgroep een tegenwoord kunnen bieden. Singapore’s motivatie is zeker een goede. Westerse landen met een groeiende multi-etniciteit zullen ook door de feiten gedwongen een dergelijke regel in te voeren. Singapore heeft duidelijk een geplande ontwikkeling van de landinrichting (netzo als Nederland: daar moeten wij dankbaar voor zijn). Er zijn duidelijke woon- en recreatiegebieden. Die laatste zijn vaak de mooiste plekjes van het eiland en zijn voor iedereen openbaar toegankelijk. Iedereen heeft zo gelijke toegang tot natuur en recreatie. Op deze excursiedag gaan wij eerst naar Bukit Timah (Timah Heuvel). Met 164 meter is dit de hoogste berg van Singapore. Het ligt net ten noordwesten van het stadscentrum. Het is nu een natuurreservaat. Het is het laatste stukje intact gebleven tropisch regenwoud van Singapore. Deze begroeide heuvel is slechts enkele vierkante kilometers groot. Er lopen verschillende wandelpaden doorheen. Zodra wij van het hoofdpad afgaan, wordt het een erg mooie wandeling. In 1880 was 90 % van Singapore’s oorspronkelijke begroeiing al verwoest. Pas in 1990 werd deze laatste heuvel met oorspronkelijke begroeiing gered van de bulldozers door het tot een beschermd gebied te maken. Het is klein, maar erg mooi en nog vrijwel intact. Beter laat dan nooit. Er is een uitstekend informatiecentrum met o.a. gratis kluisjes om je spullen in op te bergen. De wandelroutes zijn duidelijk aangegeven. Het pad is goed te lopen, maar nog wel steeds een smal junglepad. Het is eigenlijk allemaal precies goed: precies Singapore. Hierna bezoeken wij, weer per bus, de Haw Par villa; een Chinees mythologie park. Als wij daar aankomen valt de eerste regenbui sinds lange tijd. Ondertussen, schuilend onder een afdakje, lezen wij meer over dit park. Het park was vroeger een woonvilla, met een Chinees mythologie park in de tuin. Vroeger heette dit park ‘Tiger Balm Garden’. Inderdaad, ‘Tijgerbalsem Tuin’. Als je nu denkt: "Onder die naam ken ik een roodgekleurd smeerseltje tegen spierpijn dat een brandend gevoel geeft op de ingesmeerde plek", dan is dat geen toeval. Lees verder. De villa was gebouwd in opdracht van Aw Boon Haw (Vriendelijke Tijger), die het als een geschenk aanbood aan zijn enige en oudere broer: Aw Boon Par (Vriendelijke Panter). Aw is de familienaam, die in Azië meestal voor de persoonsnaam wordt geplaatst. Het waren twee Chinese broers die tegen het einde van de 19e eeuw in Rangoon te Birma waren geboren. Hun vader was een Chinese plantendeskundige. Al op vroege leeftijd werden de broertjes wees. Daardoor ontstond een hechte band. In 1926 werd hun business verplaatst naar Singapore. Het familiegeheim was namelijk een recept voor een branderig rood smeerseltje wat voor veel kwalen verlichting bood. De broertjes Aw maakten daar met agressieve marketing technieken een wereldsucces van. Zij noemden het smeerseltje "Tijgerbalsem". Het is vandaag over de hele wereld te koop. Beide broers zijn inmiddels overleden. Vriendelijke Panter in 1944 en Vriendelijke Tijger in 1954. Hun leven en deze tuin is ondertussen ook een mythologie en wordt hier verkort weergegeven. Vriendelijke Tijger gaf opdracht om in de tuin van de villa een beeldentuin aan te leggen met als centrale thema Chinese mythologieën en legendes om die zodoende voor de toekomst te behouden. De villa kwam gereed in 1937. Spoedig brak de 2e wereldoorlog uit en onder de Japanse bezetting van Singapore, vluchtte Vriendelijke Panter naar Rangoon waar hij in 1944 stierf. Zijn jonge broertje, Vriendelijke Tijger, was gevlucht naar Hong Kong. Toen hij terugkeerde in Singapore na de 2e wereldoorlog en vernam dat zijn geliefde Panter-broer was overleden, liet hij de villa verwoesten. De tuin moest een openbaar themapark worden, wat het tot op vandaag is. Ons reisboek doet wat minachtend over deze thema-tuin, maar wij vinden het prachtig. Direct bij de ingang (gratis) staat een beeld van het hexagoon-vormige, een typisch Chinese vorm, Tijgerbalsem potje. Aan weerszijde staat een tijger. Zo lijkt het althans. Als je goed kijkt zie je dat één beest een gestreepte print heeft (Tijger!) en de andere een gevlekte print (Panter!). De twee Aw broertjes dus! Binnen zijn vele tientallen Chinese legendes als een soort 3 dimensionaal beelden stripverhaal afgebeeld. Bij velen staat een Chinese én een Engelse toelichting. In vele Chinese mythologieën heeft een versmelting plaats gevonden tussen Boeddhistische invloeden en oude Chinese legendes. De Chinese legendes en natuurgodsdiensten waren al duizenden jaren oud: China is één van oudste bekende beschavingen op aarde. Die Boeddhistische invloeden kwamen veel later, zo’n 2.200 jaar geleden, vanuit India naar het noorden. Het Boeddhisme heeft op zijn beurt weer Hindoeïstische invloeden gehad. Het eindresultaat van dit alles noem ik maar "Chinees Boeddhisme". In China zie je vrijwel niets meer van deze religie in het openbare leven, omdat de officieel nog altijd Communistische regering religie ziet als "opium voor het volk". Alle uitingsvormen van religie zijn daarom verboden. Tijdens Mao’s culturele revolutie zijn in China vrijwel alle gebedshuizen verwoest en de religieuze leiders en monniken gedood. Pas sinds de laatste jaren is in China het praktiseren van religie in privé sfeer weer oogluikend toegestaan. Het leukste van Maleisië en Singapore is misschien nog wel dat bij de Chinese gemeenschap hier, eeuwenoude gebruiken ononderbroken tot op vandaag worden gepraktiseerd. Hier kunnen wij het stukje oud China zien, wat in China uit de samenleving weggesneden is. Zoals het bidden tot de Boeddha van welvaart, succes en geluk. Een Chinese Boeddha zullen wij maar zeggen. Of het aansteken van metershoge en fietsersbeendikke wierrook staven. Ook staat bij iedere tempel een vuurplaats met een schoorsteen die altijd rookt. Chinezen verbranden daar geld. Chinezen kopen eerst een stapel geld bij de tempel, bidden tot de Boeddha van een goed toekomstig leven in het hiernamaals, en verbranden vervolgens stapels geld zo dik als telefoonboeken in de vuurplaats. Als zij dood gaan, kunnen zij het verbrandde geld weer in ontvangst nemen aan "de andere kant van de rivier". Het is nepgeld, voor ons dan. Voor de Chinezen niet! De Chinese mythologieën en de verhalen erachter zijn in China niet te vinden voor een toerist. Hier in dit Tijgerbalsem park kun je ze aanraken! De beelden zijn levensecht en de uitbeelding is reuze grappig. Een kunstenaar is voortdurend bezig de beelden te onderhouden en opnieuw te schilderen. De verzameling is enorm en veel te uitgebreid om hier te kunnen beschrijven. Eéntje wil ik je niet onthouden. Er ligt o.a. een reusachtige draak, waar je doorheen kunt lopen. Daarbinnen bevindt zich het verhaal over ‘De 10 rechtbanken van de hel’. Ook dit is een Chinese variant van de Boeddhistische geschriften. De 10 rechtbanken van de hel, komen rechtstreeks uit de Boeddhistische Sutra’s. De invulling alhier van misdaden en straffen per rechtbank hebben duidelijk oude Chinese invloeden ondergaan. Iemand die overlijdt komt aan bij de eerste rechtbank van de hel. Iedere rechtbank heeft een president die almachtig is en er angstaanjagend uitziet. De president is groter en is gekleed als een wijze Chinees, compleet met ZZ-Top baard. Zo beelden Chinezen al eeuwenlang graag wijsheid uit. Heeft de Texaanse rockband het puntige lange baarden imago van de Chinezen overgenomen? In deze eerste rechtbank van de hel is o.a. een gouden brug. Iedereen die in zijn leven uitsluitend goede daden heeft toegevoegd aan zijn Kharma, loopt direct over die gouden brug naar de hemel voor zijn beloning. Afhankelijk van hoe goed de goede daden zijn geweest, is het verblijf in de hemel langer of korter. Mensen die in hun aardse leven zowel goede als slechte daden hebben verricht, maar waarvan het saldo duidelijk positief is, mogen over de zilveren brug de overige 9 helrechtbanken overslaan en direct naar de 10e rechtbank lopen, waar een passende reïncarnatie voor hun wordt uitgezocht. Iedereen oogst wat hij heeft gezaaid, ligt er dik bovenop. Dit is "Oorzaak en ‘Gevolg" uit het Chinees Taoïsme, wat hier dus ook doorheen verweven is. Tja, dan blijven over alle overige aardse overledenen, die niet over de gouden of zilveren brug mogen. Tja, daarvoor ziet het er niet zo goed uit. Het ziet er helemaal niet goed uit voor deze zondaars! Zij moeten alle overige 9 rechtbanken van de hel door! Dat is geen pretje. Bij iedere rechtbank worden bepaalde strafzaken behandeld en ontvangt een veroordeelde direct terplekke zijn straf. Dit is snelrecht in zijn zuiverste vorm, een beroepprocedure ontbreekt. Wonder boven wonder zijn deze verschrikkelijke martelingen, uiterst gedetailleerd uitgebeeld, niet dodelijk. Ze zijn ‘slechts’ heel pijnlijk en duren lang. Als de zondaar zijn of haar verdiende straf heeft ondergaan, gaat deze hemel-niet-waard-persoon door naar de volgende rechtbank van de hel. Wij lopen ondertussen langs de derde rechtbank van de hel en zien daar: Misdaad: Ondankbaarheid, geen respect voor ouderen, ontsnapping uit de gevangenis. Straf: Ribben worden doorboord, hart en andere ingewanden worden uit het lichaam getrokken alsmede de ogen. Misdaad: Drugsverslaafden [smokkelaars], grafrovers en aanzetters tot sociale onrust. Straf: vastgebonden aan een roodgloeiende koperen pilaar en urenlang gegrild. Dan lijkt ophanging voor drugsmokkelaars in Maleisië of Singapore mij heel wat prettiger. De eerste misdaad waarover deze derde rechtbank van de hel gaat, "geen respect voor ouderen", is zo’n typische Chinese invloed. Dit keer is het Confucius (551 – 479 v.Chr.) die spreekt. Uiteindelijk komt iedereen aan bij de tiende rechtbank en daarna bij het uitgangpaviljoen. Hier valt het definitieve oordeel: terug naar de aarde in één of andere reïncarnatie. In Boeddha’s leer is alles wat geen nirvana is, gelijk aan hel. Dus reïncarnatie ook. Over Nirvana wordt hier echter niet gesproken. Iedereen gaat terug naar de aarde. Afhankelijk van de betaalde boete voor een negatief Kharma saldo wordt de reïncarnatie één van de ‘zes uitgangen’: het zesvoudige pad (dit komt weer rechtstreeks uit de Sutra’s). Zo kun je gereïncarneerd worden via het eerste pad: als een gezond en machtig mens. Of bijvoorbeeld via het zesde pad: een leven vol ellende als paard of ander viervoetig dier. Nadat dit laatste oordeel in ontvangst genomen is, gaan alle passanten naar het paviljoentje van Mem-Po. Deze oude vrouw geeft iedereen een kopje van haar magische (Chinese) thee. Daardoor worden alle vorige levens en deze vreselijke helse rechtbank direct vergeten. Het is een wonder dat iemand het hele verhaal hier kan vertellen. Tot slot volgt Samsara: Ieder gaat zijn of haar toegewezen pad op: één van de zes. Er is géén vrije keuze mogelijk. De wetten van Kharma (opgebouwde saldo van goede en slechte daden) en Dharma (levenswiel) gelden voor iedereen gelijk. Op aarde begint weer een nieuw leven: In Boeddha’s leer een nieuwe kans om tot het einddoel van het leven te komen: Nirvana. Want naar deze rechtbank wil je niet terug!
Tot zover deze gesimplificeerde weergave van één detail uit de Chinese mythologie. Zeer tevreden en diep onder de indruk over deze nalatenschap van de Vriendelijke Panter en Tijger broertjes, staan wij veel later weer op straat. De bus komt vrijwel direct en wij gaan naar een Internet shop in de stad om even te emailen. Daarna eten wij wat in een Hawker Centre. Dit is weer zo’n geweldig efficiënte Singaporese uitvinding. Vroeger had je in Singapore, zoals tot en met vandaag in de rest van Azië, overal mobiele eetstalletjes op straat staan. Vaak niet meer dan een keukentafel op wielen. Daar kon je tegen een lage prijs de heerlijkste hapjes eten. Deze mobiele keukentafels passen niet helemaal meer in het stadsbeeld van modern Singapore. Daarom zijn er nu Hawker Centre’s in ieder winkelcentrum. De kleine zelfstandige maaltijdbereiders huren gezamenlijk een winkelpand. Er zijn tientallen micro keukens langs de randen van het lokaal, waar je een maaltijd of hapje kunt uitzoeken. Een typische Hawker maaltijd kost 3 S$ (2 Euro). Zo kun je bij een tentje een Indiase Thalie met een Samosa kopen, of bij de toko ernaast een Indonesische Sajoer Lodeh. Of een Chinese garnalen noedelsoep, of een Thaise kip-cocos-currry of een Maleise Nasi Goreng of weer iets heel anders. Andere stekjes verkopen weer uitsluitend een krankzinnige variatie aan vruchtendrankjes. Je kunt bij zoveel tentjes kopen als je wilt en het toch allemaal aan één tafeltje opeten. Die tafeltjes staan in het midden. Op het bestek zit een ingenieuze markering, zodat de voor het collectief werkende corvee dame alle attributen weer laat retourneren bij het juiste eettentje. Lekker, goed, efficiënt en concurrerend: Singaporees! Met weer een andere bus komen wij in de avond weer veilig en probleemloos aan bij ons camou-tentje. Onze tentregenhoes die wij in Georgetown (Maleisië) zelf hebben gemaakt heeft onze spullen perfect droog gehouden. Wij hebben vandaag weer een prachtige en leerzame dag beleefd. In totaal hebben wij de hele dag zo’n 80 kilometer gereisd in een heleboel eerste klas openbare bussen en in de stadstrein, allemaal met airco en TV. Toch hebben wij daarvoor in totaal maar zo’n 6 Euro p.p. betaald. Zo kan openbaar vervoer dus ook! Singapore blijft ons daarmee verbazen. Alles wat bij ons niet mogelijk zou zijn, blijkt hier wel gewoon mogelijk en wordt al jaren toegepast. Het is slechts een kwestie van een andere mentaliteit. Singapore heeft drie sleutels tot zijn succesverhaal van welvaart en sociale leefbaarheid. Deze drie heb ik althans tot nu toe ontdekt: 1) Hoge welvaart, volgend uit de productiviteit van het land en mensen 2) Eigen woningbezit, gecombineerd met geplande ontwikkeling 3) Discipline en hoge ambities van regering en volk Het eerste punt heb ik eerder in dit verhaal al wat beschreven. De welvaart lijkt iedereen te bereiken. Er zijn geen uitvallers of mensen die buiten spel staan. In twee weken Singapore heb ik welgeteld zes daklozen gezien. In alle andere eerste wereld steden zie ik per dag al meer daklozen. Het tweede punt is netzo opmerkelijk. Iedereen woont hier in mooie appartementen (95 % van alle Singaporanen woont in een flatgebouw). Er zijn mooie en mooiere appartementen, maar er zijn geen slechte huizen. De meeste mensen bezitten hun woning. Maar liefst 94 % van alle woningen is een woning in eigen bezit! Welke regering droomt daar niet van? Singapore doet het. Tijdens de eerste groeijaren van Singapore was het Lee Kuan Yew duidelijk dat "lage huren ghetto’s" tot verval en criminaliteit zouden leiden. Hij ontwikkelde dan ook heel snel het Central Provident Fund (CPF), waardoor eigen woningbezit voor iedereen mogelijk moest worden. Mensen die hun huis bezitten zijn zuinig op hun huis én hun omgeving en zullen weinig problemen veroorzaken, volgens Mr. Singapore. Wat een vooruitziende blik! De regering bouwde spoedig goede woonblokken tegen lage prijzen. De eerste woonblokken waren echt standaard blokkendozen en zonder fantasie ontworpen. Nederland staat er ook vol mee. Kopers moesten 20 % aanbetalen, en konden de rest bij de overheid financieren over een periode van 20 jaar tegen gunstige tarieven. De interesse in deze woningen was hoog, maar al spoedig bleek dat de meeste mensen niet de discipline hadden om in een aantal jaren die 20% aanbetaling bij elkaar te sparen. Het CPF werd daarom geïntroduceerd. Zodra iemand werkt wordt verplicht een premie over het salaris inhouden voor de aanbetaling op een huis. De huizenbouw en toewijzing is een verantwoordelijkheid van de overheid. Het bouwwerk en onderhoud wordt uitgevoerd door bedrijven, die gecontracteerd worden. Ongetwijfeld onder strakke condities. Spoedig gaf de regering opdracht tot een sterker gevarieerde en mooiere bouwstijl. Die stap is in Nederland nooit gemaakt. Soms zie je nog de laatste oude woonblokken; ze worden nu van een face lift voorzien. Er zijn ook diverse kleine gebieden aangewezen waarbinnen de vrije markt vrij spel heeft. Tot een leeftijd van 35 jaar zijn CPF huizen alleen beschikbaar voor gehuwden. Alleenstaanden kunnen na het bereiken van de 35 jarige leeftijd een CPF huis aanvragen. Als ze het huis willen kopen wordt hun opgebouwde persoonlijke CPF aangewend. Het opgespaarde fonds van ingehouden premies is dan voldoende om de 20% aanbetaling te doen en wordt afgetrokken van de koopprijs. Na zo'n 5 jaar werken kunnen de meeste stellen [gehuwden] zo een eigen huis kopen. De overgebleven som wordt middels een gunstige hypotheek over 20 jaar gefinancierd.
Deze CPF-inhouding was eerst 5 % van de loonsom en werd geleidelijk opgevoerd naar 25 %. Met de stijgende lonen kon dit later weer zakken naar 20 %. De werkgever is verplicht een even groot maandelijks bedrag te storten in het persoonlijke CPF van de werknemer. De regering heeft bij de toewijzing van woonruimte goed rekening gehouden met een gemengde bevolkingssamenstelling binnen ieder complex. Maar omdat het eigen woningen betrof, de opzet van het plan, konden die appartementen ook gekocht en verkocht worden. Spoedig leidde dit toch weer tot samenklontering van de bevolkingsgroepen. Dat zou in de toekomst weer kunnen leiden tot onderscheid en rasconflicten. Daarom werd in 1989 een quota regeling per appartementsblok ingevoerd. Van de bewoners mocht maximaal 62 % Chinees, 25 % Maleis en 13 % Indiaas en overig zijn. Vandaar dat het straatbeeld van Singapore overal een goed gemengde samenstelling laat zien. Het CPF werkt ook als persoonlijk gezondheidszorg budget. De overheid betaald een deel van ieders medische kosten en voor het patiëntendeel kan een gedeelte van iemands CPF aangewend worden. Lee Kuan Yew kende de verhalen van gratis gezondheidszorg voor iedereen uit sommige landen, maar volgens hem kon géén één land dat volhouden op lange termijn. Behoudens enkele landen die ‘gratis’ slapend rijk worden door b.v. enorme olie-inkomsten. Ook daarin zag Mr. Singapore de toekomst goed. Iets wat gratis is, wordt ook slordiger mee omgesprongen en de consumptie ervan neemt toe. Als een medisch all you can eat buffet, en nog gratis ook! Gratis voor de patient, niet voor het systeem. Als het geld al niet opraakt, dan raakt de aanlevering van middelen wel op. Als een goede gezondheid niet gratis is, gaan mensen ook zorgzamer met hun eigen gezondheid om en is de medische zorgconsumptie ook minder, zonder dat de mensen ongezonder zijn. In 1965 moest Lee Kuan Yew een Singapore opbouwen uit een modderpoel. Als een eilandje zonder resources en met een etnisch sterk verschillende bevolkingsamenstelling had het alle ingrediënten voor een ramp met een snelle afloop. De wereldpers was in 1965 unaniem pessimistisch over de overlevingskans van micro-Singapore, omringt door grote en niet al te vreedzame buurlanden. Mr. Singapore had nog een diepere reden om te streven naar 100 % eigen woning bezit. In een eventueel gewapend conflict met de grote buurlanden, zouden de meeste soldaten het gevoel hebben dat zij streden om het bezit van enkele welvarenden te beschermen. Als iedere soldaat ook een huisbezitter was, wist hij waarvoor hij vocht. Gelukkig heeft Singapore deze theorie nooit hoeven uittesten. Het kleine Singapore heeft wel een heus leger en de verplichte diensttijd voor jongens is 2 1/2 jaar. Voor meisjes is geen dienstplicht of vervangende dienst. Iets wat ik wel zou verwachten in strak Singapore? Iedere dienstplichtige moet 13 jaar lang eens per jaar op herhaling voor 2 tot 4 weken. De werkgever is verplicht daarvoor vrij te geven en de overheid heeft zich verplicht het salaris te doorbetalen tijdens de herhalingsweken. Mr. Singapore voorzag dat micro-Singapore zich alleen kon verdedigen als in principe iedere [mannelijke] inwoner een soldaat kon zijn bij een eventuele aanval van buitenaf. Een soldaat met een eigen huis natuurlijk………. Blijft nog over de derde sleutel van Singapore’s succes story: Discipline en hoge ambities van regering en volk. Lee Kuan Yew begreep heel goed in 1965 dat Singapore alleen zijn bevolking als productiemiddel had. Maar de werkeloosheid was enorm en niemand wou investeren in kansloos Singapore. Singapore MOEST beter presteren dan gemiddeld, was zijn beslissing. Het aantrekken van buitenlandse investeerders had in de eerste jaren een hoge prioriteit. Stukje bij beetje kwamen steeds meer ‘schapen’ over de dam, aangelokt door voordelige starterscondities. Singapore’s Chinese bevolking was bereid hard en lang te werken. Lee Kuan Yew herkende ook, dat als Singapore wilde groeien van een goedkoop assemblage land naar een succesvol productieland op het hoogste niveau, de kinderen hoogstaand onderwijs moesten krijgen. Ook hier was de regionale standaard te laag; het MOEST beter. Ondertussen wist hij de bevolking tot een geheel te smeden en zo te houden. Het volk begreep heel goed dat alleen gezamenlijk en zonder conflicten de weg naar economische vooruitgang mogelijk was. Een leefbare stad zonder een politiestaat te zijn is alleen mogelijk met discipline van de mensen zelf. Wie zich toch tegen de regels keert, wordt hard gestraft. Niet alles is pracht en praal. Ook in Singapore is niemand gratis rijk. In het verleden waren er strikte regels over hoeveel kinderen een gezin mocht bevatten, maar nu is die regel vervallen. De meeste Chinese gezinnen lijken 1 tot 3 kinderen te hebben. De Moslims (meestal Maleisiërs) 5 tot 10 kinderen. Om de hoge kostprijs van levensonderhoud te betalen, moeten veel vaders en moeders lang en hard werken. Veel gezinnen hebben een opvoed kindermeisje in dienst, die komen meestal uit de Filippijnen, Indonesië of India. Voor de 'laagste' baantjes zijn geen Singaporanen meer te vinden. Vele honderdduizenden contractmigranten werken hier. Die komen meestal uit India, Bangladesh, en Indonesië. Die krijgen echter niet het salaris en arbeidsomstandigheden die een Singaporese werker zou krijgen.
De Bangladeshi parkveger in het East Coast Park (dat park aan de zuidkust) waar wij kampeerden heet Djang Ghie. Hij is één van die 800.000 contract werkers. Hij werkt serieus en hard; zijn parkdeel is brandschoon. Het is een bescheiden en enigszins verlegen jonge man. Hij is keurig beleefd en zeker niet dik. Hij praat Engels op die typisch Indiase manier: met een zwaar Indiaas accent en veel te snel. Wij adviseren hem om iets langzamer te praten. Dat komt zijn verstaanbaarheid ten goede. Zijn Engelse kennis is redelijk. Zo vertelt hij desgevraagd bijvoorbeeld, dat hij 7 dagen per week moet werken en dat 14 uur per dag. Hij krijgt maar 700 S$ (450 Euro) per maand betaald. Zijn private werkgever is door de overheid gecontracteerd om de kustparken schoon te vegen. Djang Ghie woont met 30 andere Bangladeshi jongens in één grote kamer, die zijn baas voor hun heeft gekocht als verplichtte huisvesting voor contractmigranten. Djang Ghie heeft een werkcontract voor 2 jaar, wat eventueel met nog twee jaar verlengd mag worden. Ondertussen heeft hij ontdekt dat een andere (concurrerende) werkgever 1.000 S$ betaald voor maar 10 uur werken per dag. Maar zijn werkvergunning is gekoppeld aan deze werkgever; hij is dus letterlijk een loonslaaf en daar word gebruik van gemaakt. Alleen door terug te gaan naar Bangladesh en opnieuw te solliciteren, via een duur wervingskantoortje, kan hij overstappen naar de betere werkgever. De terugreis naar het thuisland wordt weliswaar éénmalig betaald door de werkgever, maar de heenvlucht naar Singapore moet Djang Ghie zelf betalen, evenals de kosten in Bangladesh voor het wervingskantoortje en het visum. Zijn huidige werkgever laat hem ook een deel van de dokterskosten zelf betalen, terwijl er een wet is die werkgevers verplicht alle medische en huisvestingskosten van contractwerkers te betalen. Zijn gedeelde woonruimte is dan wel gratis, maar dit is toch een onbehoorlijke uitbuiting van externe werkers. Toch lukt het Djang Ghie om iedere maand 500 S$ naar huis te sturen. Hij heeft daarmee zo’n 7 S$ (4,50 Euro) per dag over om van te eten, ze koken gezamenlijk, en als zakgeld. Die 500 S$ (325 Euro) is in Bangladesh een enorm bedrag. Hopelijk doen zijn ouders er iets goeds mee. Djang Ghie geeft ondertussen aan niet echt gelukkig te zijn in Singapore. Wij geven hem een mango, die hij graag aanneemt. In de verte speurt hij dat zijn opzichter er aankomt en gaat snel weer verder met vegen. Al met al is Singapore een merkwaardig plekje, waar 4 miljoen mensen uit verschillende bevolkingsgroepen harmonieus samenleven in een bijna perfect land. Het contrast tussen Moslim-Maleisië en Chinees-Singapore is opmerkelijk te noemen. De Maleisiërs hebben waardevolle grondstoffen (olie), de Singaporanen niets (zelfs geen water). Beiden zijn tegelijk onafhankelijk van koloniale machten geworden in 1957 en in 1965 van elkaar. Maleisië is duidelijk een van de welvarendste plekjes in zuidoost Azië. Toch lijkt Singapore minstens 2 maal zo welvarend als Maleisië is onze totaalindruk. Ook lijkt de welvaart in Singapore veel beter verdeeld dan in Maleisië, waar forse delen van de bevolking nog steeds in gammele huisjes wonen die in dorpjes staan waar duidelijk weinig geld circuleert. Ook heeft Singapore duidelijk een geplande ontwikkeling voor wonen en recreëren wat bijdraagt aan een leefbare inrichting. In Maleisië bezitten enkele rijken de beste en mooie plekjes. De rest moet het met de rest doen. Het verschil tussen deze twee buurlanden met een tot 1965 gedeelde geschiedenis zijn de hardwerkende Chinese inwoners van Singapore met hun onstopbare ondernemersdrift én een ambitieuze en betrouwbare overheid met een scherpe visie en daadkracht. Dat verschil tussen de economische kracht en productiviteit van Maleisië en Singapore komt ook goed tot uiting in de nationale valuta. Van 1967 tot en met mei 1973 waren de Maleise Ringgit en de Singapore Dollar 1:1 inwisselbaar. Op Maleis verzoek werd die gegarandeerde koppeling toen opgeheven. Ieder land heeft een eigen koers gevaren en vandaag is de Singapore Dollar het dubbele waard van de Maleise Ringgit. Singapore laat goed het toekomstig potentieel voor China en vooral de Chinezen zien. In China worden pas in de laatste jaren de economische restricties op de mensen losgelaten en groeit de economie van China spectaculair. Daarmee groeien ook de sociale tegenstellingen; een potentiële bom onder de toekomst van China. Als de Chinese regering dat potentiaal allemaal in goede banen kan leiden dan is China beslist de economische wereldmacht nr.1 over 20 jaar. In Singapore heeft de regering onder strak leiderschap van Lee Kuan Yew in slechts 37 jaar een leefbare samenleving met een hoge veiligheid en welvaart gemaakt waar iedereen aan deelneemt. In die zin verdient Singapore beslist de titel 'perfect China'.
Op woensdag 20 maart komt een boeiende reis van 18 maanden en 18.000 fietskilometers door 8 landen snel tot een einde. Wij geven de laatste kampeerspullen weg aan een Bangladeshi parkveger in het Changi Beach Park (ligt aan de oostkust). Hij woont in dezelfde kamer als Djang Ghie (die veegt in het park aan de zuidkust, genaamd East Coast Park). Wij fietsen naar de luchthaven, waar ik de fietsen demonteer en de versleten onderdelen weggooi. Jolanda gaat ondertussen met een bus op-en-neer naar de stad om de twee gereserveerde fietsdozen op te halen bij een fietswinkel. Wij pakken het hele spul in en wegen het. Wij blijven netjes onder de 30 kilo p.p. Het inchecken gaat snel. Wij douchen en eten op deze perfecte luchthaven van Singapore. Even na middennacht, het is net 21 maart en lente geworden, stijgt onze reuze vogel op. Als er mensen overnachten in een tentje in het Changi Beach Park (ligt aan de oostkust), dan worden zij nu van ons wakker. In 14 uur vliegen wij terug naar Schiphol, waar deze reis 18 maanden en drie dagen geleden begon. Onze familie staat op ons te wachten en buiten is het perfect Hollands lenteweer.
[Bron sommige Singapore feiten: "From Third World To First" door Lee Kuan Yew].
"Perfect China" © 2005 Rene Maassen Contact: rene@renemaassen.nl http://www.renemaassen.nl |